Verhalenbundel Deel 1 en 2

Hij is er! Na de eerste editie in 2015, heeft Bureau Geschiedschrijving van het regiment B&T (BGB&T) de Verhalenbundel fors uitgebreid met zo’n 50% extra verhalen. Zowel Joegoslavië als het Midden-Oosten (o.a. UNIFIL en CBMI) zijn uitgebreid, maar ook Nationale Operaties, UNTAC, Afrika (Mali), natuurlijk Afghanistan (fors uitgebreid) en de huidige inzet in Litouwen (eFP). Kortom, meer dan genoeg leesplezier met leuke, minder leuke, spannende en interessante ervaringen van onze collega’s tijdens inzet over de gehele wereld. Van 1940 tot heden.
De Verhalenbundel is zoals altijd verkrijgbaar bij de Historische Collectie B&T te Soesterberg. En, denk eraan, hij bestaat uit 2 delen!!

Een sfeerbeeld uit onze rijke historie: Het recht moet zijn loop hebben!

Het recht moet zijn loop hebben!

Wat menig lezer zich niet kan voorstellen, is dat er ooit een tijd was dat personeelsbehoeften van de krijgsmacht werden vertaald in opkomstbrieven i.p.v. in wervende advertenties op TV, in kranten en allerlei social media. “Werken bij Defensie? Je moet het maar kunnen!” was voor vele jonge mannen meer: “Werken bij Defensie? Je moet het maar willen!” of voor velen: “Hoe kom ik er onder uit?”

Download deze nieuwe bijdrage van het Bureau Geschiedschrijving:

Publicatie: Forward Storage Sites (FSTS)

Het lijkt of de geschiedenis zich herhaalt en er is weer een dreiging uit het oosten. Ten tijde van de Koude Oorlog trachtte Nederland een deel van haar militair-logistieke verplichtingen op te lossen door in West-Duitsland depots te bouwen voor met name munitie; de zogenoemde Forward Storage Sites (FStSs). Nu de NAVO sinds 2016 ontplooit is in Polen en de Baltische Staten zien we een terugkeer van de FStSs in de vorm van Forward Logistical Bases. Marco Middelwijk, student Geschiedenis, heeft hier onderzoek naar gedaan en als afgeleide van zijn studie vindt u hier een populair-wetenschappelijke publicatie van Bureau Geschiedschrijving Reg B&T.

Klik op de onderstaande knop om de publicatie te downloaden.

Een sfeerbeeld uit onze rijke historie: Forward presence

Vandaag de dag heeft NAVO aan de oostelijke grens van het verdragsgebied eenheden ontplooid om daarmee aan de Russische Federatie het signaal af te geven dat de NAVO-landen het verdedigen van hun grondgebied serieus nemen. Dat besluit is in 2016, als reactie op de annexatie van de Krim en de invasie in Oekraïne, tijdens de NAVO-top in Warschau genomen. In Estland, Letland, Litouwen en Polen zijn multinationale bataljons ontplooid. Nederland levert sindsdien een infanteriecompagnie aan het multinationale bataljon in Litouwen dat onder Duitse leiding staat. Je mag gerust stellen dat de Deterrence Strategy en de Forward Defense Strategy aan een tweede jeugd zijn begonnen. Het voorwaarts ontplooien van eenheden is immers niet nieuw.

Publicatie Korps Motordienst 1915-1946

Van paardenkracht naar autotractie

Halverwege de negentiende en aan het begin van de twintigste eeuw vond in de militaire sferen en in het bijzonder voor troepenverplaatsingen en bevoorrading een verandering plaats. Die verandering kenmerkte zich door de overgang van de ‘traditionele’ paardenkrachten naar gemechaniseerde krachten. Troepenverplaatsing met behulp van gemechaniseerde middelen lag in lijn met de, in die periode (de Tweede Industriële Revolutie) halverwege de negentiende eeuw, geldende norm. De Europese landen waren halverwege de negentiende eeuw doende zichzelf te ontwikkelen op het gebied van het toepassen van nieuwe aandrijfkrachten en energiebronnen. De conceptuele modellen van bijvoorbeeld de verbrandingsmotoren waren al enige tijd in gebruik, maar pas vanaf 1885 werd voor het eerst een bruikbare versie toegepast. Vanuit sociaalmaatschappelijke ontwikkelingen gezien begon het idee van motorisering (gebruik van auto’s) al vorm te krijgen, waardoor het niet verwonderlijk is dat met name het Ministerie van Oorlog toetste in hoeverre het wenselijk werd geacht over te gaan naar gemotoriseerde eenheden en het Ministerie daarmee definitief afstand zou nemen van de ‘traditionele’ (paard en wagen) manier van troepenverplaatsingen en bevoorrading in de brede zin.

Deze publicatie wil een beperkt en bescheiden beeld geven van de werkwijze van en de spanningsvelden waarmee het Korps Motordienst (KMD) te maken had. Het KMD, ‘opgericht’ in 1915, is de voorloper van het Regiment Aan- en Afvoertroepen (AAT), één van de twee stamregimenten van ons eigen Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen.

Het KMD kent een rommelig bestaan, voornamelijk als mobilisabele eenheid en de meest in het oog springende entiteit in de jaren tussen de twee wereldoorlogen is misschien wel de ‘Depotafdeling van den Motordienst’ (DMD), een voorloper van het latere OCAAT en de diverse militaire rijscholen.

De publicatie pretendeert niet volledig of wetenschappelijk verantwoord te zijn. Voor deze publicatie is echter wel dankbaar gebruik gemaakt van het werk van drs. Herman Roozenbeek van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en van de heer Kenny Jansen, die als student geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, op verzoek van de Regimentscommandant, in 2017 onderzoek heeft gedaan naar het Korps Motordienst.

Voor het downloaden van de publicatie klik hier:

Nieuw monument KMD AAT 1915-1990

Met het sluiten van de Historische Verzameling van de AAT in Stroe moesten ook alle ornamenten worden verplaatst. Het merendeel van de ornamenten die jaren in weer en wind in de tuin gestaan hadden waren echter in zo’n slechte staat dat deze overgedragen zijn aan de Rekwisieten Commissie KL (RCKL) waar ze ondertussen zijn ontmanteld en vernietigd.

Dit geldt niet voor het unieke (jubileum-)monument van het KMD AAT 1915-1990. Met hulp van de RCKL is dit monument op een grote dieplader succesvol verplaatst naar haar nieuwe locatie in Soesterberg. Tijdens het plaatsen van dit monument is het echter dusdanig beschadigd dat herstel hiervan niet meer mogelijk was.
Zowel de Regimentsleiding als het bestuur van de Historische Collectie B&T was van mening dat dit unieke monument in ere hersteld moest worden en een prominente plaats moest krijgen voor het gebouw van de Historische Collectie B&T.
Onder leiding van de Regimentscommandant en -Adjudant is een ontwerp gemaakt voor herstel van het monument. Door militairen van 102 Constructie Compagnie van 101 Geniebataljon uit Wezep is het monument in de afgelopen maanden opnieuw opgebouwd.
Er staat nu een geheel vernieuwd en zeer mooi monument in de tuin voor de Historische Collectie Bevoorradings- & Transporttroepen in Soesterberg, wederom is een stuk AAT-historie bewaard gebleven voor het nageslacht.

Publicatie 829/832 Zwaar Transport Compagnie

Zwaar transport

Generaties lang een bijzondere klus
uitgevoerd door bijzondere militairen!
NIL NOBIS ABSURDUM

Voorwoord van de schrijver

Eind 2017 werd ik via Geert Peters op de hoogte gebracht van de wens van Henk Kruit om bij de traditionele reünie van 829/832 Zware Transportcompagnie (april 2018) een publicatie over de geschiedenis van een bijzondere transporteenheid aan te bieden aan de reünisten. Als ‘geschiedschrijver’ van het Bureau Geschiedschrijving Bevoorradings- en Transporttroepen heb ik toen mijn diensten aangeboden. Schrijven is een van mijn hobby’s én als oud pelotonscommandant van een klasse III peloton heb ik zeer persoonlijke herinneringen aan de ‘klepperende’ chauffeurs, die mij brandstof in bulk (832) of in jerrycans (829) kwamen brengen tijdens schietseries in Bergen-Hohne of op grote oefeningen zoals INTERACTION in 1977.

Cavaleristen en artilleristen spraken en spreken vaak over vuurkracht en vuursnelheid. Gewone geweerschutters worden wat dat betreft door hen niet als bijzonder gezien. Zo ook spraken en spreken chauffeurs van zwaar transport vaak over motorvermogen en laadvermogen. Gewone chauffeurs worden door hen dan ook niet als bijzonder aangemerkt. Het zijn de mannen, die ooit bij 829/832 hebben gediend, die gerust mogen worden aangemerkt als de ‘ridders van de weg’, die door hun bijzondere vakmanschap in staat waren bijzondere transporten uit te voeren. Het werd tijd om hun geschiedenis en hun vaak persoonlijke verhalen op schrift te stellen. De oud-gedienden van 829/832 Zware Transportcompagnie vormen de primaire doelgroep voor deze publicatie. Toch ben ik van mening dat ook andere leden van het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen de verhalen met veel belangstelling en plezier zullen lezen.
De archieven van Bureau Geschiedschrijving, de Historische Verzameling van het regiment AAT en de vele persoonlijke herinneringen, documenten en foto’s van voormalige leden van 829/832 Zware Transportcompagnie zijn daarvoor als bron gebruikt.

In hoofdstuk 1 wordt kort de geschiedenis beschreven over de periode waarin zwaar transport als bijzondere tak werd ‘geboren’. Hoofdstuk 2 vormt het ‘hart’ van de publicatie. Langs markante momenten in de logistieke geschiedenis wordt op chronologische volgorde aandacht besteed aan de geschiedenis van 829/832 Zware Transportcompagnie. De ‘formele’ beschrijving wordt afgewisseld met persoonlijke herinneringen van kaderleden (beroeps en dienstplichtig) en chauffeurs (TS’ers en dienstplichtigen). Hoofdstuk 3 besteedt aandacht aan de eenheden die na het opheffen van 829/832 Zware Transportcompagnie de taak hebben gekregen het zwaar transport over de weg uit te voeren.

Er is ook een drietal bijlagen toegevoegd. Bijlage 1 is gewijd aan een deel van 829/832 Zware Transportcompagnie zonder wie chauffeurs geen kilometers zouden kunnen maken: de onderhoudsgroep. In bijlage 2 kan de lezer afbeeldingen terugvinden van de voertuigen die bij 829/832 Zware Transportcompagnie in gebruik zijn geweest. In bijlage 3 worden alle kazernes waar 829/832 Zware Transportcompagnie ooit gelegerd is geweest, kort beschreven. Bij de totstandkoming van deze laatste bijlage is met toestemming van de eigenaar gebruik gemaakt van de website www.jeoudekazernenu.nl.

In een naschrift blik ik kort terug op mijn onderzoekswerk.
Als schrijver ben ik in mijn opzet geslaagd als ex-leden van 829/832 Zware Transportcompagnie tijdens het lezen zgn. “aha-Erlebnisse” hebben en na het lezen contact zoeken met voormalige collega’s om allerlei bijzondere verhalen en herinneringen uit te wisselen, die niet in, maar juist vaak ‘tussen’ de regels zijn te lezen. De publicatie is geen volledige en wetenschappelijk verantwoorde studie, maar beoogt de trigger te zijn voor lezers om met elkaar in gesprek te gaan. Als oudgedienden van 829/832 Zware Transportcompagnie besluiten om aan de hand van deze publicatie ook in gesprek te gaan met kennissen en familieleden om over ‘vroeger’ te praten, ben ik extra tevreden.

Lkol bd Piet IJntema

Aangezien het bestand te groot is om het op deze website te publiceren, kunt u deze publicatie gratis afhalen bij de informatiebalie van de Historische Collectie Bevoorradings- & Transporttroepen.

Een sfeerbeeld uit onze rijke historie: Broodnodig

Hoewel velen van ons tijdens het ontbijt en de lunch al enige tijd andere producten nuttigen, blijft brood nog steeds een belangrijk deel uitmaken van de Nederlandse eetcultuur. De Nederlandse militair maakte en maakt daarop geen uitzondering. Zij, die zijn ingezet tijdens missies op allerlei plaatsen in de wereld en daarbij regelmatig administratief zijn ondergebracht bij eenheden van een andere nationaliteit, zullen met mij beamen, dat je na enige tijd de boterham met kaas, pindakaas of hagelslag gaat missen. Eten is emotie. Dat geldt ook voor het eten van het dagelijks brood. Wat velen niet weten, is dat de Nederlandse krijgsmacht in het verleden decennialang het bakken van brood in eigen beheer heeft gedaan.

Een sfeerbeeld uit onze rijke historie: UNIFIL

Veel logistieke collega’s hebben, zeker tijdens hun inzet in voormalig Joegoslavië, daarna Kosovo, Irak, Afghanistan en recentelijk in Mali, aan den lijve ondervonden, dat het langdurig (langer dan een oefening van enkele dagen of weken) bedrijven van logistiek tijdens operationele inzet op flinke afstand van Nederland een flinke uitdaging is. Regelmatig loop je dan tegen grenzen aan en besef je weer dat volharding en improvisatievermogen essentiële eigenschappen zijn voor een logisticus. In dit tweede nummer van de artikelenserie over onze rijke historie besteed ik aandacht aan de eerste ervaringen, die logistieke functionarissen tijdens de vredesmissie in Libanon tijdens hun plaatsing bij UNIFIL (United Nations Interim Force In Lebanon) op dit gebied op hebben gedaan.