Werktroepen, een uitzonderlijk stel militairen

Wij leven in een wereld, waarin mechanisering en automatisering een cruciale rol spelen bij de logistieke ondersteuning van welke activiteit dan ook. Inmiddels is robotisering aan een opmars bezig. En met name in het ‘domme’, fysiek zware en vuile werk wordt in toenemende mate van deze technologieën gebruik gemaakt. Kennelijk is de mens toch (al is het maar plaatselijk en tijdelijk) vervangbaar.

Er was ooit een tijd, dat hier echt anders over gedacht werd. Logistiek was toen vooral nog een activiteit waar juist de beschikbaarheid van mankracht van groot belang was. En dan was het toch ‘makkelijk’ dat het Ministerie van Defensie dankzij de dienstplicht (en niet te vergeten de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog) kon beschikken over grote aantallen jonge en daardoor vaak fysiek sterke mannen.

In deze publicatie wordt aandacht besteed aan deze bijzondere groep militairen. Vaak stonden zij bekend als raddraaiers en het schuim der natie. Maar er is ook een andere kant. Geuzennamen als de “Werkpaarden”, de “Lieverdjes”, de “IJsselberen”, de “Buffels”, de “Leeuwen”, de “jerrycanslingeraars” en de “beukers” zijn het bewijs dat deze militairen hun mannetje stonden op hún vakgebied.

Zij blonken niet uit in tactisch optreden, zij waren niet het visitekaartje van de Koninklijke Landmacht, maar het was wel een wonderlijk stel voor wie naast verwondering ook bewondering en waardering bestond. Hun verhaal of liever gezegd het verhaal over hen, verdient een plaats in de geschiedschrijving van het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen.

Veel officieren en onderofficieren zullen volmondig toegeven dat werktroepeneenheden in de wereld van het leidinggeven de Champions league vormden.

Veel dank is verschuldigd aan de Stichting Historische Collectie Bevoorradings- & Transporttroepen en een aantal commandanten van 146, 646 en 647 Werktroepencompagnie en aan al die personen, die in het verleden hun soms persoonlijke archieven zorgvuldig hebben bewaard en hebben overgedragen. Een bijzonder woord van dank is op zijn plaats aan maj bd Bob Cats en kol bd Maarten de Jongh Swemer. Zij zagen als eersten in ons regiment het belang in van geschiedschrijving. Zonder hun initiatieven, persoonlijke betrokkenheid en doorzettingsvermogen, was deze publicatie nooit tot stand gekomen.

Nieuwe voorzitter bureau Geschiedschrijving.

Kolonel bd de Jongh Swemer heeft na 20 jaar het Bureau Geschiedschrijving van het Regiment formeel overgedragen aan de nieuwe voorzitter Lkol bd Willy Engelmann. 
Ondanks de overdracht blijft hij nog nauw betrokken bij het bureau en het Regiment.
Voor zijn langdurige vrijwillige en belangeloze inzet gedurende 20 jaar !! is aan kol de Jongh Swemer Regimentslegpenning nr. 54 uitgereikt.
De tekst van de uitreiking van de Regimentslegpenning kunt u terugzien in het artikel “uitreiking Regimentslegpenning nr 54 aan Kolonel HMV bd M.H de Jong Swemer
 

Uitreiking Regimentslegpenning nr 54 aan Kolonel HMV bd M.H de Jong Swemer

De commandant van het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen, de voordracht in beschouwing nemend,
kent toe de Regimentslegpenning (nr.54) aan:
 
Kolonel HMV bd M.H. (Maarten) de Jongh Swemer
(Bureau Geschiedschrijving Regiment B&T)
 
 
Wegens: Kolonel bd de Jongh Swemer heeft zich geheel op eigen initiatief vanaf 1996 bezig gehouden met de geschiedschrijving van een van onze stamregimenten, het Regiment Intendancetroepen. Van 2003 t/m 2007 was hij op verzoek van de toenmalige Regimentscommandant de drijvende kracht achter de formele Klankbordgroep voor het boek ‘In Dienst van de Troep’. Deze klankbordgroep ondersteunde het NIMH bij het schrijven en publiceren van dit eerste standaardboekwerk van het in 2000 nieuw gevormde Regiment B&T. 
Na de voltooiing van dit wetenschappelijk verantwoorde boekwerk, heeft de Regiments-traditieraad in 2007 het Bureau Geschiedschrijving Regiment B&T ingesteld. Wederom was kol bd de Jongh Swemer de leidende figuur en de drijvende kracht bij de oprichting van dit bureau. Zowel het Regiment B&T, als andere belanghebbenden kunnen hierdoor blijvend gebruikmaken van dit bureau, dit ter ondersteuning van geschiedkundig werk, historisch onderzoek en vastlegging.      
Kol bd de Jongh Swemer heeft met zijn vrijwillige en belangeloze inzet gedurende 20 jaar meer dan wezenlijk bijgedragen aan de geschiedschrijving en traditiehandhaving van het Regiment. Dit alles maakt hem tot een zeer gerespecteerd Regimentslid. Het Regiment is hem veel dank verschuldigd.

Bedrijfsgroep TransportDefensie Vervoers- en Verkeers Organisatie

Algemeen
De Bedrijfsgroep Transport (BGT) is als Defensie Vervoers- en Verkeersorganisatie Organisatie (DVVO) opgericht per 1 mei 1996. Als uitvloeisel van de Prioriteitennota werden de Landelijke Vervoers en Verkeers organisatie (voorheen 812 Transportgroep) van het Nationaal Commando (Koninklijke Landmacht), met de Marinevervoersdienst en Motortransportgroep Koninklijke Luchtmacht samengevoegd in één organisatie, de DVVO. De “paarse” vervoers organisatie is daarmee een feit.

Bij de start van de DVVO bestaat deze uit een staf, een Verkeers en Vervoers Coördinatiecentrum (VVCC) en een drietal Decentrale Verkeers- en Vervoers Centra (DVVC) respectievelijk West, Oost en Zuid, iedere DVVC beschikkend over enkele werkeenheden met voertuigen.

In de loop der jaren is er het nodige gewijzigd in de organisatie. De DVVC’n en het VVCC zijn omgevormd tot een tweetal productgroepen, de productgroep wegvervoer (PG WV) en de productgroep verplaatsingen (PG V). De Militaire Post Organisatie (MPO) werd pas later opgenomen in de PG V welke nu de naam productgroep Verplaatsingen en Post (PG V&P) draagt.

Organisatie
BGT maakt deel uit van het Commando Diensten Centra (CDC). De BGT wordt aangestuurd door C-BGT met zijn staf. De staf bestaat uit de secties: Algemene & Juridische zaken, Bestuursondersteuning, Logistieke zaken, Planning en Control en P&O Advies Transport.

De BGT kent twee productgroepen: De Productgroep Wegvervoer bestaande uit vijf werkeenheden en de Productgroep Verplaatsingen en Post bestaande uit de bureaus:

Order Entry & Voortgangscontrole, Modaliteiten, Verplaatsingscoördinatie, Personen & Goederen Afhandeling en de Werkeenheid Militaire Post.

Locaties
De staf BGT is gehuisvest in Soesterberg, Camp New Amsterdam (CNA).

De vijf werkeenheden van de PG WV bevinden zich op de locaties: Assen (met elementen in Den Helder en Steenwijk), Den Haag, Eindhoven, Harskamp en Soesterberg.

De PG V&P is gehuisvest op CNA, met delen in Amsterdam en Eindhoven ( de bureaus Personen & Goederen Afhandeling) en het postdeel gevestigd in Utrecht.

Taakstelling
Als onderdeel van de defensiebrede u201cpaarseu201d dienstenorganisatie (CDC) is de BGT/DVVO de huisvervoerder van Defensie en is belast met de zorg voor alle vormen van transport: over de weg, per spoor, over zee en door de lucht.

BGT/DVVO vervult een cruciale functie bij alle humanitaire operaties en crisisbeheersingsoperaties, vooral als strategische planner van vervoer en transporten. Het heeft toezicht bij de opbouw in het uitzendgebied, op de bevoorrading tijdens de uitzendperiode en de “redeployment”.

Als vredestaken worden in ons land en van en naar oefenterreinen in het buitenland de nodige routinematige en eenmalige transporten geregeld.

Voorts zorgt de DVVO voor de uitvoering van een dagelijkse lijndienstsysteem tussen militaire logistieke complexen en kazernes.

Tradities
Het motto van DVVO is: “Nothing happens until it moves. And we make it move”.

11 Bevoorradingscompagnie Luchtmobiel

Algemeen
In 1965 werd besloten om de parate brigades, die beginjaren zestig waren geformeerd, logistiek te verzelfstandigen. De logistieke middelen op divisieniveau: de Divisie Intendance Compagnie (er waren er twee: 11 en 41 Div Int Cie), het Divisie Technische Dienst Bataljon en het Divisie Transportbataljon werden overgeheveld naar en verdeeld over de brigades. Zo kreeg 11 Pantserinfanteriebrigade (11 Painfbrig) 11 Bevoorradingscompagnie (11 Bevocie), 11 Herstelcompagnie (11 Hrstcie) en 11 Geneeskundige compagnie (11 Gnkcie) in de organisatie. Deze drie eenheden werden op 1 april 1966 in 11 Treinenbataljon (11 TN-bat) gegroepeerd. De divisietroepen werden aanvankelijk logistiek nog gesteund door 14 en 44 Divisietreinenbataljon. Deze bataljons werden in 1968 opgeheven door de overgang van de divisietroepen naar het legerkorpsniveau. In 1984 werd de staf van 11 TN-bat opgeheven, waarna 11 Bevocie, 11 Hrstcie en 11 Gnkcie rechtstreeks onder bevel kwamen van de commandant van 11 Painfbrig, dat een onderdeel vormde van 1e Divisie u201c7 Decemberu201d. Vanaf 1993 werd 11 Painfbrig omgevormd tot 11e Luchtmobiele Brigade (11 LMB), waarbij ook de taakstelling, werkwijze en organisatie van de logistieke eenheden wijzigde. Met de invoering van het fysieke distributie proces binnen de KL rond de jaren 2005-2007 en de daaraan gekoppelde voertuigen (wissellaadsystemen) en hefmiddelen wijzigde het bevoorradingsproces binnen de overige brigades dusdanig dat de bevocien bij deze eenheden verdwenen, Alleen 11 LMB behield haar logistieke zelfstandigheid en daarmee is 11 Bevocie Lumbl nog de enige bestaande bevocie. De eenheid voert nu de naam 11 Bevocie AASLT (air assault).

Organisatie
11 Bevocie bestond uit een compagniesstaf, een logistiek peloton (voor de interne verzorging), een (intendance) bevoorradingspeloton (voor de externe taken) en transportpelotons (AAT).Voor de KL V (munitie) zorgden aanvankelijk TD-personeel, rond 1980 werd dat intendancepersoneel. De compagniescommandant (CC) was een majoor van de intendance, de plaatsvervangend compagniescommandant (plv cc) was een kapitein AAT. In de jaren 90 bestond 11 Bevocie uit een compagniesstaf; een logistiek peloton (Ondershoudsgroep, keukengroep en een beheersgroepp) voor de interne verzorging; een gemengde bevo- en dienstenpeloton voor de externe taken zoals inrichten van een verdeelplaats KL I (levensmiddelen) met veldpost, inrichten verdeelplaats KL III (brandstoffen, olie en smeermiddelen), gravendienst (mobilisabel), verstrekkingpunt KL II en IV (PGU goederen, onderhoudsmiddelen en bureelbehoeften), zorg dragen voor de watervoorziening; een KL V bevopeloton (munitie) waarbij de verdeelplaats Kl V in vredestijd niet daadwerkelijk werd ingericht. De vele vrachtauto’s van de compagnie, maar vooral de 10 tonners werden ingezet voor transportsteun voor de brigade. Na het vallen van de muur en de opschorting van de dienstplicht is de hele defensie organisatie en vooral die van de KL diverse keren doorgelicht en gewijzigd. Vanaf 1993 is 11 Bevocie voorbereid op de taakwijzing van 11 Painfbrig naar 11 Luchtmobiele Brigade (11 LMB). Het daadwerkelijke omklappen geschiedde in 1995 en ging gepaard met een verhuizing naar Schaarsbergen, waar het merendeel van deze brigade gelegerd was. 11 Bevocie Luchtmobiel (vanaf 2003 11 Bevocie AASLT) bestaat uit 3 Bevopelotons, een Logistiek peloton, de Bewaargroep en een Compagniesstaf. Naast de Klasse I, III en V (voeding, brandstof en munitie) groepen is er een overslaggroep gekomen die zich voornamelijk bezighoudt met het voorraadbeheer van het peloton en de goederen in ontvangst neemt die worden opgevoerd vanuit de grotere logistieke installaties (het Voorraadcentrum) ingericht door 100 en 200 B&T bataljon conform het fysieke distributie concept dat rond 2006 is ingevoerd.

Herkenbaarheid
Herkenbaarheid 11 Bevocie toen
Het personeel was samengesteld uit een mix van het dienstvak Intendance en Aan- en Afvoer troepen en was te herkennen aan het karmozijn rode (INT)/blauwe (AAT) onderdeelsjaal met in het midden een wit paard; later is dit paard vervangen door een gele zwijnenkop. Dit was het symbool van de 11 Painfbrig, Tijdens een oefening van de brigade in de omgeving van Dwingelo in 1963 werd het begraven keukenafval door mensen of dieren weer opgegraven. In de plaatselijke pers werd de schuld van de rommel gegeven aan de militairen, waarbij de aanduiding “boszwijnen” werd gebezigd. Vanwege de spreekwoordelijke moed van dit dier werd de scheldnaam tot erenaam verheven en een boszwijn werd het brigade-embleem.

Herkenbaarheid 11 Bevocie nu
Luchtmobiele militairen zijn herkenbaar aan de rode baret. Dit is een internationaal herkenningsteken voor para- en luchtlandingstroepen.

11bevo_1
11bevo_2
Embleem en halsdoek:
Het logo van 11 Bevocie bestaat uit de valk van 11 Luchtmobiele Brigade, op een half rode, half blauwe achtergrond. Het Nassaublauw is de kleur van de Aan- en Afvoertroepen en het karmozijnrood van de Intendancetroepen. Verder staan er 3 kleine afbeeldingen in het logo:

 

– de Pacman staat voor klasse I (voeding);

 

– de trechter voor klasse III (brandstof, oliën, etc.);

 

– de kogel voor klasse V (munitie).

11bevo_3
11bevo_4

Locaties
11 Bevocie was gelegerd in de Legerplaats de Wittenberg, later omgedoopt tot de Generaalmajoor Kootkazerne in Garderen. In 1995 is 11 Bevocie verhuisd naar de Oranjekazerne (legering) in Schaarsbergen met de werklocatie Duivelsberg.

Taakstelling tot 1995
Het dagelijks bevoorraden van de brigade-eenheden met klasse I goederen (voeding, water) en klasse III goederen (brandstof, olie, smeermiddelen),

In opdracht van de brigadecommandant bevoorraden van de klasse V goederen (munitie) Het klasse V element van de compagnie beschikte over een “aanvulling OMU” (organieke munitie uitrusting) van de brigade om een munitieverbruik tot ca. vijf dagen te dekken. Deze zgn. “ijzeren voorraad” bleef zo veel mogelijk “op de wielen”. De munitiebevoorrading van de gebruikende eenheden ging zolang de klasse V “op de wielen” bleef rechtstreeks vanuit de aanvullingsplaatsen.

Het distribueren en afvoeren van PSU-goederen, intendance onderhoudsmiddelen en bureelbehoeften,

Het inrichten en in bedrijf houden van een gravendienst verzamelplaats,

Het inrichten en in bedrijf houden van een veldpostkantoor,

Het aanhouden van een voorraad klasse I, III, V goederen.

Taakstelling na 1995
De taakstelling is met de omvorming tot 11 Bevocie Lumlb niet wezenlijk veranderd, de bevocie bleef de rest van de brigade ondersteunen op diverse gebieden. De opvoer van munitie, voedsel, reservedelen en materieel behoort tot haar taak. Alleen de wijze van optreden en de middelen veranderden. Er wordt nu ook gebruikt gemaakt van LSV’s (luchtmobiele speciale voertuigen), HUSLE (Helicopter Underslung Loading Equipment) en helikopters. De compagnie heeft de beschikking over negen tankauto’s (elk met een capaciteit van zevenduizend liter) en ruim zeventig vrachtauto’s, waarvan diverse met een laadkraan. Om het voedsel te bereiden beschikt zij over twaalf mobiele veldkeukens.

Activiteiten/bijzonder optreden
Naast de brigade- en compagnies geleide oefeningen en vele logistieke ondersteuningen van de brigade werd de eenheid ingezet bij diverse SITE-wachten (bewaken van belangrijke wapens/munitie van Amerikanen) in het Havelte en u2018t Harde. Ook werd de eenheid, na het opheffen van de treinenbataljons in de jaren 80, meerdere malen per jaar ingezet als Vaste Kampstaf van de brigade met als taak het beheer van gebouwen en oefengebieden en logistieke steun in de breedste zin van het woord, zodat de eenheden van de 11 brigade konden oefenen. De locaties waren bijvoorbeeld: Vogelsang, Sennelager, Maily, Mourmelon etc.). Buiten de vele tevredenheidsbetuigingen vastegeld in het waarderingsregister 11 Bevocie werd in 1992 de eenheid beloond met het , Divisievaantje. Dit vaantje werd 1 keer per jaar uitgereikt aan de meest verdienstelijke eenheid van de hele 1 Divisie “7 December”.

Vanaf 1995 tot 2003 is door de bevocie, samen met de rest van de brigade, toegewerkt naar een wijze van optreden die ertoe geleid heeft dat in oktober 2003 de operationele gereedheidsstatus werd behaald.

Vanaf dat moment mocht 11 Bevocie AASLT toevoegen aan haar naam. In haar jonge luchtmobieel bestaan is personeel van 11 Bevocie betrokken en dus uitgezonden geweest bij de diverse operaties van Defensie in het buitenland.

In 2011 heeft 11 Bevocie AASLT haar uitzendvlag ontvangen voor haar missie in Afghanistan als LSD- 4 en aan de onderdeelsvlag is een aantal linten gekomen die door de eenheid door de jaren heen verdiend zijn voor de verschillende missies: UNPROFOR (DUTCHBAT), SFOR, Afghanistan Kabul ISAF, Irak SFIR en Afghanistan Uruzgan ISAF.

Tradities
In 1990 bestond 11 Bevocie 25 jaar. Dit heugelijk feit werd gevierd met oudgedienden 1 jaar later in 1991. De reden van dit verzetten was de inval in IRAK.

Het motto bij 11 Bevocie luidt nu: “Laborandum est” – “Wij zullen werken”.

De Falconwalk, een wandeltocht voor burgers en militairen, wordt altijd ondersteund door 11 Bevocie.

De uitspraak/kreet “Bevo SEAL!”. Oefeningen heten bijvoorbeeld zo en de kreet wordt regelmatig geroepen, waarbij SEAL staat voor Special Elite Armed Logistics.

11 Bevocie heeft een traditiekamer ingericht waar men kan terugblikken op tradities, wapenfeiten en resultaten die de eenheid ver in de historie behaald heeft; veel naslagwerk wordt beheerd door de compagniessergeantmajoor (CSM) van 11 Bevocie.

De bevocie heeft een eigen website: http://www.11bevocie.nl/

200 Bevoorradings- en Transportbataljon

Algemeen
In 1995 werden 200 B&Tbat en het zusterbataljon 100 B&Tbat geformeerd uit eenheden van het op 1 juli 1994 opgeheven 102 Aanvullingsplaats bataljon, 103 Aanvullingsplaats bataljon en 105 Transportbataljon. In 2005 werd 200 B&T bataljon ingrijpend gereorganiseerd in het kader van de reorganisatie “Fysieke Distributie” fase I.

Organisatie
200 B&Tbat valt sinds 5 februari 2009 onder het Operationeel Ondersteunings Commando Land (OOCL). Dit commando geeft leiding aan de eenheden voor zowel de gevechtsondersteuning als de logistieke ondersteuning van de gevechtseenheden van de landmacht.

Vóór de invoering van het Fysieke Distributie (FD) Concept in 2005 bestond de eenheid uit:

– Staf- en stafcompagnie,

– 210 Brandstof, Oliën en Smeermiddelen compagnie,

– 230 Middelzware Transportcompagnie,

– 260 Zware transportcompagnie (mobilisabel),

– 280 Munitie Compagnie,

– 360 Materieelbevoorradingscompagnie (sinds opheffen van 300 Materieeldienstbataljon in 2002)

Ná invoering FD Concept tot heden:

– Staf- en stafcompagnie,

– 210 Transportcompagnie,

– 220 Transportcompagnie,

– 230 Clustercompagnie,

– 240 Dienstencompagnie.

200BT2klein

200BTklein

Locaties
Tot 2002 was het bataljon gelegerd op de Generaal Winkelman kazerne te Nunspeet. Van 2002 tot en met 2006 was het bataljon gelegerd op de Lkol Tonnet kazerne in ‘t Harde. Sinds 2006 is het bataljon ondergebracht op de Generaal-majoor Koot kazerne in Garderen.

Taakstelling
Het B&Tbat levert bevoorradings- en transportsteun voor grondgebonden operaties en oefeningen. Bevoorradings- en transportsteun levert het bataljon ook vanuit de kazernesituatie. Daardoor vervoert het vrijwel dagelijks personeel en materiaal van of voor andere eenheden. Sinds de reorganisatie Fysieke Distributie met daaraan gekoppeld de centralisatie van bevoorrading- en transportcapaciteit is de inzet van het bataljon enorm toegenomen. Het bataljon ondersteunt alle inzetopties van de krijgsmacht, waar ook ter wereld en onder de meest uiteenlopende omstandigheden. Personeel van het bataljon bevindt zich daarom voortdurend op uitzending, oefening of logistieke ondersteuning. In 2013 is 240 Dncie intern gereorganiseerd waarbij de Mobiel Satelliet Keuken(MSK) pels zijn omgevormd tot Operationele Catering (OPCAT) pels. De taakstelling is hierdoor uitgebreid naar Single Service Management (SSM) ehd voor de Krijgsmacht. Van de drie pels is er een gecolloqueerd in Schaarsbergen. Hier zijn de koks van 11 Bevocie, MSK bedienaars van 240 Dncie en koks van de Marine in ondergebracht.

Oefeningen en missies
Het voormalige Joegoslavië (1992-2004), Albanië (1999), Kosovo (1999-2000), Macedonië (2001), Irak (2003-2005) met onder andere de redeployment operatie, Bosnië-Herzegovina (2005-2007), Afghanistan (2006-2010) inclusief de redeployment, redeployment PTG Afghanistan(2013), Turkije BMDTF(2013-201..) en in Mali MINUSMA(2014- 201…). Het bataljon is ook op grote schaal betrokken geweest bij verschillende nationale operaties, zoals inzet bij de varkenspest, MKZ of bij (dreigende) wateroverlast.

Tradities
Sinds 2002 houdt het bataljon elke maandagochtend een bataljonsveldloop. Dit is begonnen in u2019t Harde maar voortgezet in Garderen. Ook heeft 200 B&Tbat een Facebook pagina.

 

100 Bevoorradings- en Transportbataljon

Algemeen
In 1995 werden 100 B&Tbat en het zusterbataljon 200 B&Tbat geformeerd uit eenheden van het op 1 juli 1994 opgeheven 102 Aanvullingsplaats bataljon, 103 Aanvullingsplaats bataljon en 105 Transportbataljon. In 2006 werden de B&T bataljons ingrijpend gereorganiseerd in het kader van de reorganisatie u201cFysieke Distributieu201d fase II.

Organisatie
100 B&Tbat valt sinds 5 februari 2009 onder het Operationeel Ondersteunings Commando Land (OOCL). Dit commando geeft leiding aan de eenheden voor zowel de gevechtsondersteuning als de logistieke ondersteuning van de gevechtseenheden van de landmacht.

Vóór de invoering van het Fysieke Distributie (FD) Concept in 2005 bestond de eenheid uit:

– Staf- en stafcompagnie,

– 110 Brandstof, Oliën en Smeermiddelen compagnie,

– 150 Gemengde compagnie,

– 160 Zware Transportcompagnie

– 170 Munitie Compagnie (mobilisabel),

– 350 Zware Afvoercompagnie (gedeeltelijk, sinds opheffen van 300 Materieeldienstbataljon in 2002)

Ná invoering FD Concept tot heden:

– Staf- en stafcompagnie,

– 110 Transportcompagnie,

– 120 Transportcompagnie,

– 130 Clustercompagnie,

– 140 Zware Transportcompagnie.

Locaties
De eenheden van 100 B&Tbat zijn alle gelegerd op de Generaal-majoor Kootkazerne te Garderen.

Taakstelling
Het B&Tbat levert bevoorradings- en transportsteun voor grondgebonden operaties en oefeningen. Bevoorradings- en transportsteun levert het bataljon ook vanuit de kazernesituatie. Daardoor vervoert het vrijwel dagelijks personeel en materiaal van of voor andere eenheden. Sinds de reorganisatie Fysieke Distributie met daaraan gekoppeld de centralisatie van bevoorradings- en transportcapaciteit is de inzet van het bataljon enorm toegenomen. Het bataljon ondersteunt alle inzetopties van de krijgsmacht, waar ook ter wereld en onder de meest uiteenlopende omstandigheden. Personeel van het bataljon bevindt zich daarom voortdurend op uitzending, oefening of logistieke ondersteuning.

Oefeningen en missies
Het voormalige Joegoslavië (1992-2004), Albanië (1999), Kosovo (1999-2000), Macedonië (2001), Irak (2003-2005), Bosnië-Herzegovina (2005-2007), Afghanistan (2006-2010), redeployment PTG Afghanistan(2013), Turkije (2013-201..) en in Mali MINUSMA(2014- 201…). Het bataljon is ook op grote schaal betrokken geweest bij verschillende nationale operaties zoals de inzet bij de varkenspest, mond en klauwzeer ziekte of bij (dreigende) wateroverlast.

Traditie
100 B&Tbat heeft jarenlang als bataljonstraditie gehad wanneer zij de Schietserie Bergen Hohne logistiek steunden, om in het weekeinde “de hel van Höllenberg”, een hardloopwedstrijd in estafettevorm rond het schietserie terrein (65 km)te organiseren.