11 Bevoorradingscompagnie

In 1965 werd besloten om de parate brigades, die beginjaren zestig waren geformeerd, logistiek te verzelfstandigen. De logistieke middelen op divisieniveau: de Divisie Intendance Compagnie (er waren er twee: 11 en 41 Div Int Cie), het Divisie Technische Dienst Bataljon en het Divisie Transportbataljon werden overgeheveld naar en verdeeld over de brigades.

Zo kreeg 11 Pantserinfanteriebrigade (11 Painfbrig) 11 Bevoorradingscompagnie (11 Bevocie), 11 Herstelcompagnie (11 Hrstcie) en 11 Geneeskundige compagnie (11 Gnkcie) in de organisatie. Deze drie eenheden werden op 1 april 1966 in 11 Treinenbataljon (11 TN-bat) gegroepeerd.

De divisietroepen werden aanvankelijk logistiek nog gesteund door 14 en 44 Divisietreinenbataljon. Deze bataljons werden in 1968 opgeheven door de overgang van de divisietroepen naar het legerkorpsniveau. In 1984 werd de staf van 11 TN-bat opgeheven, waarna 11 Bevocie, 11 Hrstcie en 11 Gnkcie rechtstreeks onder bevel kwamen van de commandant van 11 Painfbrig, dat een onderdeel vormde van 1e Divisie “7 December”.

Vanaf 1993 werd 11 Painfbrig omgevormd tot 11e Luchtmobiele Brigade (11 LMB), waarbij ook de taakstelling, werkwijze en organisatie van de logistieke eenheden wijzigde. Met de invoering van het fysieke distributie proces binnen de KL rond de jaren 2005-2007 en de daaraan gekoppelde voertuigen (wissellaadsystemen) en hefmiddelen wijzigde het bevoorradingsproces binnen de overige brigades dusdanig dat de bevocien bij deze eenheden verdwenen. Alleen 11 LMB behield haar logistieke zelfstandigheid en daarmee is 11 Bevocie Lumbl nog de enige bestaande bevocie. De eenheid voert nu de naam 11 Bevocie AASLT (air assault).

103 Aanvullingsplaatsbataljon

Algemeen
In de periode (globaal) 1970 tot 1980 is de logistieke sector van het Eerste Legerkorps ingrijpend gereorganiseerd. Taken wijzigden en er kwam een functionele indeling van de logistieke eenheden. Onder het in 1971 opgerichte Legerkorps Logistiek Commando (LLC), dat alle logistieke eenheden van het legerkorps aanstuurde, waren onder andere twee parate bataljons ingedeeld die met de bevoorrading waren belast: 102 en 103 Intendancebataljon. In 1972 werden de munitieaanvullingsplaatscompagnieën, die daarvoor bij de Technische Dienst (TD) waren ingedeeld, ook bij 102 en 103 Intendancebataljon ingedeeld. De benaming werd toen gewijzigd in 102 en 103 Aanvullingsplaatsbataljon (Avplbat). Er waren ook nog twee mobilisabele Avplbats(258 en 501) ingedeeld bij het LLC. De samenstelling van de bataljons in vredestijd week af van die in oorlogstijd.

In 1995 werden uit de eenheden van 102 Avplbat, 103 Avplbat en 105 Transportbataljon (Tbat) twee nieuwe bataljons geformeerd: 100 en 200 Bevoorradings- en Transport bataljon (B&Tbat).

Organisatie
Het bataljon werd geleid door een bataljonsstaf, gesteund door een stafdetachement. Aangezien het niet over eigen verzorging beschikte, werd het tijdens oefeningen en in de oorlogsplanning gecoloceerd bij één van de compagnieën. De vredesorganisatie was als volgt.

111 en 112 Gemengde Intendance aanvullingsplaatscompagnie (111/112 Gemintavplcie ook wel informeel genoemd 111/112 GIAC) konden een klasse I en een klasse III aanvullingsplaats te velde inrichten en in bedrijf houden. 129 Munitie aanvullingsplaatscompagnie (129 Munavplcie) kon een aanvullingsplaats klasse V (munitie) te velde inrichten en in bedrijf houden. 113 Algemene Uitrustings- en aanvullingsplaatscompagnie (113 Alguitravplcie) was belast met inrichten/in bedrijf houden van twee aanvullingsplaatsen klasse II goederen (o.a. psu, intendancematerieel, onderhoudsmiddelen/fournituren, bureelbehoeften) en classificatie en afvoer van retourgoederen. Bij 111 Gemavplcie was het parate pijpleidingpeloton(later heette dit 123 Hulppel kl III) van de verder mobilisabele 123 Brandstofvoorzieningscompagnie (123 Bravcie) ingedeeld. 113 Alguitravplcie werd later gereorganiseerd tot 113 Algbevodncie.

Locaties
De bataljonsstaf van 103 Intbat/later 103 Avplbat, was ondergebracht in de Generaal Spoorkazerne in Ermelo, eind jaren 70 volgde een verhuizing naar de Legerplaats de Wittenberg, die later is omgedoopt tot de Generaal-majoor Kootkazerne in Stroe/Garderen. De bij 103 Avplbat in vredestijd ingedeelde eenheden waren gelegerd in de Generaal Spoorkazerne en in de Legerplaats de Wittenberg, (Generaal-majoor Kootkazerne).

Taakstelling
De oorlogstaak van 103 Avplbat bestond uit het inrichten en in bedrijf houden van één van de vier aangewezen Legerkorps aanvullingsplaatsgebieden. Daar konden troepen tot ongeveer de grootte van een divisie worden bevoorraad. Naast de bevoorrading klasse I , II, III en V werd ook een Cadi-aanvullingsplaats ingericht. Tevens werd voorzien in werktroepensteun, werd badcapaciteit geleverd en werd gravendienststeun geleverd. Daarnaast had het bataljon tot taak de beveiliging van het aanvullingsplaatsgebied door middel van patrouilles.

Oefeningen periode 1972-1995
Bij divisiegeleide oefeningen, ook wel FTX’n (Field Training Exercises) genoemd, van het Eerste Legerkorps verzorgden 102 en 103 Avplbat om beurten de bevoorrading van klasse I en III goederen en de oefenmunitie. Daarbij kon de omvang van de oefenende troepenmacht een trainingseffect geven voor de cien van het bataljon. Aanvankelijk werd de logistiek “nonex” beoefend, waarbij “vriend” en “vijand” op dezelfde aanvullingsplaats bevoorraadden. Later werd de bevooradingslogistiek in twee delen gesplitst wat de taak verzwaarde en het oefeneffect versterkte.

Daarnaast steunden beide avplbats om beurten de schietoefeningen “Bergen Hohne” en “Munster”. Daarbij werd vanuit een vaste locatie de bevoorrading uitgevoerd zonder oefenkarakter. Pas in de latere jaren werden vanuit meer realistischer veldlocaties deze schietoefeningen gesteund.

Tijdens de grote legerkorpsoefening “Saxon Drive” in 1978 bevoorraadde 102 Avplbat de groene en 103 Avplbat de blauwe partij.

Tradities
In de volksmond heette 103 Avplbat “het Bourgondische bataljon” vooral vanwege de wat informele, ontspannen wijze van werken. In de oorlogsorganisatie was een aalmoezenier opgenomen, die ook met oefeningen regelmatig mee ging. Daarmee was het voor sommigen ook het “katholieke bataljon”. Het bataljon trad bij oefeningen zelden op als volledige eenheid. De staf ging alleen bij schietoefeningen en divisie geleide oefeningen met de compagnieën te velde. Gebruikelijk was in het weekeinde tussen de twee oefenweken een bataljonssportdag te houden.

102 Aanvullingsplaatsbataljon

Algemeen
In de periode (globaal) 1970 tot 1980 is de logistieke sector van het Eerste Legerkorps ingrijpend gereorganiseerd. Taken wijzigden en er kwam een functionele indeling van de logistieke eenheden. Onder het in 1971 opgerichte Legerkorps Logistiek Commando (LLC), dat alle logistieke eenheden van het legerkorps aanstuurde, waren onder andere twee parate bataljons ingedeeld die met de bevoorrading waren belast: 102 en 103 Intendancebataljon. In 1972 werden de munitieaanvullingsplaatscompagnieën, die daarvoor bij de Technische Dienst (TD) waren ingedeeld, ook bij 102 en 103 Intendancebataljon ingedeeld. De benaming werd toen gewijzigd in 102 en 103 Aanvullingsplaatsbataljon (Avplbat). Er waren ook nog twee mobilisabele Avplbats(258 en 501) ingedeeld bij het LLC. De samenstelling van de bataljons in vredestijd week af van die in oorlogstijd.

In 1995 werden uit de eenheden van 102 Avplbat, 103 Avplbat en 105 Transportbataljon (105 Tbat) twee nieuwe bataljons geformeerd: 100 en 200 Bevoorradings- en Transport bataljon. (B&Tbat)

Organisatie
Het bataljon werd geleid door een bataljonsstaf, gesteund door een stafdetachement. Aangezien staf 102 Avplbat niet over eigen verzorging beschikte, werd het tijdens oefeningen en in de oorlogsplanning gecoloceerd bij één van de compagnieën. De vredesorganisatie van 102 Avplbat bestond naast het stafdetachement uit 146 Werktroepencompagnie (Wktrcie), 121 Gemengde Aanvullingsplaatscompagnie (Gemavplcie), 116 Cantinedienstcompagnie (Cadicie) en 139 Munitieaanvullingsplaatscompagnie (Munavplcie). Later werd 115 Algemene Bevoorradings en Diensten compagnie(Algbevodncie) opgericht.

121 Gemavplcie kon een klasse l (voeding, water) aanvullingsplaats en een klasse III (brandstoffen, olie en smeermiddelen) aanvullingsplaats te velde inrichten en in bedrijf houden. 139 Munavplcie kon een aanvullingsplaats klasse V (munitie) te velde inrichten en in bedrijf houden. 116 Cadicie kon aanvullingsplaatsen cadi-goederen inrichten en in bedrijf houden. 146 Wktrcie voorzag in niet gespecialiseerde werkkrachten.

Locaties
De bataljonsstaf van 102 Intbat, later 102 Avplbat, was ondergebracht in de Generaal Spoorkazerne in Ermelo. De bij 102 Avplbat ingedeelde eenheden waren gelegerd in de Generaal Spoorkazerne, in de Legerplaats de Wittenberg, die later is omgedoopt tot de Generaal-majoor Kootkazerne, in Garderen/Stroe en in legerplaats de Harskamp.

Taakstelling
De oorlogstaak van 102 Avplbat bestond uit het inrichten en in bedrijf houden van één van de vier aangewezen Legerkorps aanvullingsplaatsgebieden. Daar konden troepen tot ongeveer de grootte van een divisie worden bevoorraad. Naast de bevoorrading klasse I en III en V werd ook een Cadi-aanvullingsplaats en een klasse II aanvullingsplaats (o.a. psu, intendancematerieel, onderhoudsmiddelen/fournituren, bureelbehoeften) ingericht. Tevens werd voorzien in werktroepensteun, werd badcapaciteit geleverd en werd gravendienststeun geleverd. Daarnaast had het bataljon tot taak de beveiliging van het aanvullingsplaatsgebied door middel van patrouilles.

Oefeningen periode 1972-1995
Bij divisiegeleide oefeningen, ook wel FTX’n (Field Training Exercises) genoemd, van het Eerste Legerkorps verzorgden 102 en 103 Avplbat om beurten de bevoorrading van klasse I en III goederen en de oefenmunitie. Daarbij kon de omvang van de oefenende troepenmacht een trainingseffect geven voor de cien van het bataljon. Aanvankelijk werd de logistiek “nonex” beoefend, waarbij “vriend  en vijand op dezelfde aanvullingsplaats bevoorraadden. Later werd de bevooradingslogistiek in twee delen gesplitst wat de taak verzwaarde en het oefeneffect versterkten.

Daarnaast steunden beide avplbats om beurten de schietoefeningen “Bergen Hohne” en “Munster”. Daarbij werd vanuit een vaste locatie de bevoorrading uitgevoerd zonder oefenkarakter. Wel boden de schietseries aan 139 Munavplcie de gelegenheid om met scherpe munitie de bevoorrading te oefenen. Pas in de latere jaren werden vanuit meer realistischer veldlocaties deze schietoefeningen gesteund.

Tijdens de grote legerkorpsoefening “Saxon Drive” in 1978 bevoorraadde 102 Avplbat de groene en 103 Avplbat de blauwe partij.

Tradities
In de volksmond heette 102 Avplbat “het ijzeren bataljon” vanwege de strakke, systematische wijze van werken. In de oorlogsorganisatie was een veldprediker opgenomen, die ook met oefeningen regelmatig mee ging. Daarmee was het voor sommigen ook het “protestante bataljon. Het bataljon trad bij oefeningen zelden op als volledige eenheid. De staf ging alleen bij schietoefeningen, divisie- en brigade geleide oefeningen met de compagnieën te velde. In 1985 gaf de scheidende bataljonscommandant de eenheid een bataljonsvlag. Deze vlag ging jaren mee op oefeningen en verder op de kamer van de bataljonscommandant hing.

812 Transportgroep

Algemeen
In 1958 werd de Nationale Sector van de landstrijdkrachten aangepast. Er kwamen drie Territoriale Bevelhebbers: de Territoriale Bevelhebber Oost, Zuid en West (TBO, TBZ en TBW). Bij iedere TB werd een transportgroep ingedeeld. Om duidelijk te maken welke eenheden tot het legerkorps en welke tot de Nationale Sector behoorden werden de eenheden van de nationale sector in de “800” serie genummerd en die van het Legerkorps in de “100” serie. De bestaande transportgroepen werden omgenummerd. Zo werd 103 Transportgroep (Tgp) op 15 april 1959 omgenummerd naar 812 Transportgroep en onder bevel gesteld van de TBW. Naast mobilisabele transportbataljons maakte aanvankelijk het parate 820 Transportbataljon en 829 Zware Transportcompagnie (Zwtcie) met een peloton 832 Zwtcie BOS deel uit van de transportgroep. Al begin jaren zestig werd 829 Zwtcie met het peloton 832 Zwtcie BOS overgedragen aan het Legerkorps. Na de opheffing van de garnizoensvervoers-detachementen binnen het gezagsgebied van de TB werd deze vervoerscapaciteit gebundeld in een Territoriale Vervoerscompagnie (TVC) en onder bevel gesteld als TVC West (TVCW) van de transportgroep.

Bij een volgende reorganisatie van de Nationale Sector, de opheffing van de TB’n werd in 1975 812 Tgp met de drie TVC’n (Oost afkomstig van 810 Tgp , Zuid afkomstig van 811 Tgp en West van 812 Tgp) ondergebracht in het Nationaal Territoriaal Commando (NTC). 820 Tbat werd mobilisabel gesteld. Deze situatie heeft bestaan tot de jaren ’90.

Door opheffing van de afdeling Vervoer en Verkeer van de Landmachtstaf in 1992 werden er organisatiedelen overgeheveld naar de staf 812 Tgp en naar de drie TVC’n (Oost, Zuid en West), die werden omgedoopt in RVVC’n (Regionaal Vervoers –  en Verkeers Commando Oost, Zuid en West).

In 1995 vond weer een aanpassing plaats. Als gevolg van de Prioriteitennota was het Nationaal Commando (NATCO) gevormd. Dit was een samenvoeging van het NTC, NLC (Nationaal Logistiek Commando) en het CVKL (Commando Verbindingen KL). Dit betekende op 1 november 1995 de opheffing van 810 Tgp en 812 Tgp en de gelijktijdige vorming van de Landelijke Vervoers- en Verkeers Organisatie (LVVO). In feite gingen de taken en (mobilisabele) organisatiedelen van 810 Tgp over naar 812 Tgp zoals ook 840 Zwtcie. Deze laatst genoemd eenheid werd per 1 november 1996 opgeheven, een klein detachement aan voertuigen werd ondergebracht bij de RVVC West.

Per 1 mei 1996 ging de LVVO samen met de Marinevervoersdienst en Motortransportgroep Koninklijke Luchtmacht op in de Defensie Verkeers- en Vervoers Organisatie (DVVO). De afd Vervoer en Verkeer en Inspecteur van het Vervoerswezen voerden taken uit t.b.v. de Defensiestaf, Landmachtstaf en staf Nationaal Commando (NATCO). De afdeling was gelegerd in Gouda.

Organisatie
Vanaf de NTC-tijd en later de NATCO-tijd bestond de transportgroep uit een aantal mobilisabele transportbataljons, mobilisabele vervoers- en verkeerscomponenten en de drie TVC’n. Na de reorganisatie van de jaren ’90 maakten Bureau Aan en Afvoer Noord, Zuid en Baltimore ook deel uit van de 812 Tgp organisatie. De groepstaf was kernparaat aanwezig; alle specifieke vervoers- en verkeerszaken werden uitgevoerd door de afdeling Vervoer en Verkeer tevens als zodanig werkzaam voor de Staf NTC later staf NATCO.

Locatie
De staf 812 Tgp was ondergebracht in Den Haag en verhuisde later, na de bouw van de Prins Willem Alexander kazerne, naar Gouda.

Taakstelling
De eenheid was in het gezagsgebied van de TBW belast met de commandovoering over de transporteenheden en het uitvoeren van de verkeersleiding. Het gezagsgebied van de TBW omvatte het gebied ten westen van de IJssel. Na de vorming van het NTC strekte de verkeersleidingstaak zich uit over het gehele Nederlandse grondgebied.

Met de overheveling van taken vanuit de Afdeling Vervoer en Verkeer van de Landmachtstaf in 1992 werd de taak van 812 Tgp aanzienlijk uitgebreid. 812 Tgp werd verantwoordelijk voor de beheersing van het vervoers- en verkeersproces en de verwerving van vervoersmiddelen voor strategische verplaatsingen.

Oefeningen/bijzonder optreden
De transportgroep speelde een belangrijke rol bij de oefeningen Reforger. Dit waren Amerikaanse oefeningen ter versterking van de eenheden in Duitsland, die vanaf de jaren 1969 werden gehouden. Bij deze Return of Forces to Germany oefeningen werd Amerikaanse personeel en materieel via onder meer Nederlandse havens en Schiphol naar Duitsland doorgevoerd.

De bij Reforger opgedane ervaringen kwamen goed van pas toen in 1990 de operatie Deforger ( Deployment of Forces from Germany) door het NTC met ondermeer 812 Tgp werd ondersteund. De Amerikanen verplaatsten grote hoeveelheden materieel bestemd voor inzet bij de Golfoorlog vanuit Duitsland over de weg, per spoor en per binnenvaartschip naar Nederlandse havens.

Eind jaren ’60 begin jaren ’70 werd uit efficiency overwegingen een, aanvankelijk zeer bescheiden van omvang, militair lijndienstsysteem opgezet. Met name de drie TVC’n/RVVC’n zorgden voor de uitvoering van de lijndienstritten. In een latere fase werden koppelingen gemaakt met de lijndiensten van de andere krijgsmachtdelen. Bij de staf 812 Tgp lag op een zeker moment de dagelijkse leiding over het MSSVL (Multisservice Systeem Vervoerslijndiensten) ten behoeve van de gehele krijgsmacht.

811 Transportgroep

Algemeen
In 1958 werd de Nationale Sector van de landstrijdkrachten aangepast. Er kwamen drie Territoriale Bevelhebbers: de Territoriale Bevelhebber Oost, Zuid en West (TBO, TBZ en TBW). Bij iedere TB werd een transportgroep ingedeeld. Om duidelijk te maken welke eenheden tot het legerkorps en welke tot de Nationale Sector behoorden werden de eenheden van de nationale sector in de “800” serie genummerd en die van het Legerkorps in de “100” serie. De bestaande transportgroepen werden omgenummerd. Zo werd 102 Transportgroep (Tgp) op 1 mei 1959 omgenummerd naar 811 Transportgroep en onder bevel gesteld van de TBZ. Na de opheffing van de garnizoensvervoers-detachementen binnen het gezagsgebied van de TB werd deze vervoerscapaciteit gebundeld in een Territoriale Vervoerscompagnie (TVC) en onder bevel gesteld als TVC Zuid (TVCZ) van de transportgroep.

Bij een volgende reorganisatie in de Nationale Sector, de opheffing van de TBu2019n werd de staf van 811 Tgp op 1 augustus 1975 opgeheven. De vervoerscapaciteit (de mobilisabele transportbataljons en de TVCZ) werden ondergebracht bij 812 Tgp.

Organisatie
De transportgroep bestond uit een aantal mobilisabele transportbataljons, elk bestaande uit vier transportcompagnieën, en de Territoriale Vervoerscompagnie Zuid. Van de groepstaf was alleen een parate kern en een sectie Verkeer en Vervoer aanwezig.

Locatie
De kernstaf 811 Tgp was ondergebracht in Breda.

Taakstelling
De eenheid was in het gezagsgebied van de TBZ belast met de commandovoering over de transporteenheden en het uitvoeren de verkeersleiding. Het gezagsgebied van de TBZ omvatte het gebied ten zuiden van de grote rivieren.

810 Transportgroep

Algemeen
In 1958 werd de Nationale Sector van de landstrijdkrachten aangepast. Er kwamen drie Territoriale Bevelhebbers: de Territoriale Bevelhebber Oost, Zuid en West (TBO, TBZ en TBW). Bij iedere TB werd een transportgroep ingedeeld. Om duidelijk te maken welke eenheden tot het legerkorps en welke tot de Nationale Sector behoorden werden de eenheden van de nationale sector in de “800” serie genummerd en die van het Legerkorps in de “100” serie. Op 1 november 1961 werd 810 Transportgroep (Tgp) opgericht en onder bevel gesteld van de TBO. Na de opheffing van de garnizoens-vervoersdetachementen binnen het gezagsgebied van de TB werd deze vervoerscapaciteit gebundeld in een Territoriale Vervoerscompagnie (TVC) en als TVC Oost (TVCO) onder bevel gesteld van de transportgroep.

In 1971 werd 140 Voertuigendistributiecompagnie omgenummerd naar 840 Zware Transportcompagnie (Zwtcie) en onder bevel gesteld van 810 Tgp. Deze Zwtcie bestond uit mil en burger chs en had diepladers ter beschikking.

Bij een volgende reorganisatie in de Nationale Sector, de opheffing van de TBu2019n, werd de TVCO in 1975 ondergebracht bij 812 Tgp. 810 Tgp bleef deel uitmaken van het vanuit de TBO geformeerde Nationaal Logistiek Commando (NLC).

Bij de opheffing van het NLC in 1995, dat deels opging in het dan gevormde Nationaal Commando (NATCO), gingen taken en eenheden, waaronder 840 Zwtcie, van 810 Tgp over naar de dan geformeerde Landelijke Vervoers- en Verkeersorganisatie (LVVO).

Op 1 november 1995 werd 810 Tgp opgeheven.

Organisatie
De transportgroep bestond uit een aantal mobilisabele transportbataljons met transportcompagnieën en 840 Zwtcie. Van de groepstaf was alleen een parate kern en een sectie Verkeer en Vervoer aanwezig. Deze sectie behoorde bij st Nationaal Logistiek Commando (NLC), maar c 810 TGP was tevens hfd sie verkeer/vervoer (vk/vrv) NLC.

Locatie
De kernstaf 810 Tgp was ondergebracht in Deventer.

Taakstelling
De eenheid was in het gezagsgebied van de TBO belast met de commandovoering over de transporteenheden en het uitvoeren van de verkeersleiding. Het gezagsgebied van de TBO omvatte het gebied ten oosten van de IJssel. Na de formering van het NLC verviel de verkeersleidingtaak. Een aantal Tbats bestond uit gevorderde stau’s die belast waren met de opvoer van munitie in oorlogstijd, de zogenaamde “acht van Cloppenburg.”

Oefeningen/bijzonder optreden
Onder leiding van het NLC werd in december 1990 de operatie Granby uitgevoerd door enkele gemengd zware transportcompagnieën van het legerkorps. Daarbij werd munitie die bestemd was voor Britse eenheden in de Golfregio uit Nederland en Duitsland vervoerd naar Amsterdam. Bij de voorbereiding en uitvoering was de sie vk/vrv van NLC en de sie S3 van 810 Tgp nauw betrokken. De verkeersleidingstaak bestond uit de verkeersleiding over de “1LK routes” in Duitsland.